Attitude

Ik ben een enthousiaste gebruiker van digitale middelen, zowel privé als in mijn lessen. De beschikbaarheid van online leermiddelen, rechtenvrije teksten en videomateriaal ervaar ik als een verrijking voor mijn onderwijs. Ze zorgen namelijk voor afwisseling, verluchting en verdieping, en de nodige lachsalvo’s. Als we alleen de methode tot onze beschikking hadden, zouden mijn leerlingen de lessen Nederlands veel saaier vinden. 

Meerwaarde

Door mijn ruime digitale ervaring en omdat ik al 14 jaar lesgeef, ben ik goed in staat om materiaal in te zetten dat meerwaarde biedt. Gewoon een Kahoot-quiz spelen omdat leerlingen dat ‘leuk’ vinden gebeurt niet in mijn les. Voor een Kahoot-quiz die leerlingen stimuleert om van het volgen van de actualiteit een goede gewoonte te maken of die leerlingen laat zien hoe het ervoor staat met hun beheersing van de werkwoordspelling is wel plaats in mijn onderwijs.

Tekstoase

Ik vind lezen (proza, poëzie en zakelijke teksten) enorm belangrijk. Internet stelt mij in staat om mijn leerlingen een grote variëteit aan actuele en oudere teksten (verhalen, gedichten, nieuwsberichten, beschouwingen, betogen, columns, ingezonden brieven enzovoort.) te laten lezen.  Het grote aanbod van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl) en het online aanbod van Nederlandse kranten en tijdschriften staat mij ook in staat om op onderwerp te differentiëren. Ik vraag – persoonlijk of via een Google formulier – naar de interesses en hobby’s van leerlingen en zoek daar teksten bij.

Afleiding

Ik ben me ook bewust van de schaduwzijden van de digitale wereld. Als mentor voer ik regelmatig gesprekken met leerlingen en ouders over game-, telefoon- en Netflixverslaving. De digitale wereld kan jongeren enorm in haar greep houden. Ook jongeren die niet verslavingsgevoelig zijn, kunnen tijdens het huiswerk maken afgeleid raken door bijvoorbeeld de constante berichtenstroom in de klassenappgroep. Leerlingen gebruiken hun telefoon om in Magister te kijken wat voor huiswerk ze hebben en wat ze precies moeten leren voor toetsen. Als ze het apparaat niet uitzetten of wegleggen kan het een grote stoorzender zijn. Uit FOMO (Fear of Missing Out) lezen leerlingen elk bericht dat binnenkomt en reageren ze onmiddellijk (je vrienden mochten eens denken dat je ze negeert). Elke keer als je uit je leerconcentratie wordt gehaald, kost het een minuut om weer geconcentreerd te raken en de draad van het leren weer op te pakken. Veel ouders en leerlingen zijn zich hier niet van bewust. Goede afspraken tussen jongeren en hun ouders over het gebruik van de telefoon en gamen en netflixen als beloning na het gedane huiswerk (of pas weer als alle onvoldoendes op het rapport zijn opgehaald) bieden vaak soelaas. Als mentor speel ik graag een bemiddelende rol in het maken van deze afspraken.

Kritiek

Sommige leerlingen zijn ook kritisch over het gebruik van digitale middelen op school. Als leerlingbegeleider heb ik soms te maken met bovenbouwleerlingen die helemaal wanhopig worden van het grote aantal digitale systemen dat op school wordt gebruikt: e-mail, Magister, Google Docs, Google Classroom, Learnbeat, DeDecaan.net, de downloadsectie met PTA-documenten op de website van de school enzovoort. Ze zien door de bits en bytes het bos niet meer. Ik help ze dan om een schema te maken waarin ze per vak opschrijven welke informatie waar staat en ik wijs ze op de zoekfunctie van de schoolmail en Google Docs. Documenten zijn misschien wel uit zicht verdwenen, maar zelden zijn ze echt gedeletet.

Toekomst

Toch kan ik me geen onderwijs zonder digitale middelen meer voorstellen. Ook het leren omgaan met devices, bronnen, informatiesystemen en afleiding hoort in het voortgezet onderwijs thuis. Op de meeste vervolgopleidingen en in de meeste banen wordt immers nog veel meer digitaal gewerkt dan op school.