Informatiegeletterdheid

Ik ben een internetpionier. In 1993 kocht in een modem. Sindsdien ben ik niet meer uitgelogd. Dat modem kocht ik omdat ik in mijn laatste studiejaar Duitse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam als vertaler bijkluste. Ik gebruikte het om teksten van vertaalbureaus te ontvangen en gemaakte vertalingen terug te sturen.

Al snel ontdekte ik dat er bulletin boards bestonden waar vertalers informatie met elkaar uitwisselden. Toen het voor particulieren in Nederland mogelijk werd om het internet te betreden, was ik er als één van de eersten bij. Ik leerde mezelf hypertext markup language (HTML) en JavaScript. Al snel werkte ik als eindredacteur bij De Digitale Stad, één van de eerste publieke internetprojecten van Nederland.

internetjungleIn de periode 1996-2000 heb ik als internetredacteur gewerkt op de redactie van NRC Handelsblad in Rotterdam. Ik beheerde de website van de krant (dat was toen nog het werk van één persoon) en schreef artikelen over internet voor de papieren uitgave. In de eerste jaren werd de website gemaakt vanuit het redactionele systeem met behulp van Wordmacro’s die in Unix werden omgezet. De introductie van het eerste contentmanagementsysteem – dat namen we over van onze concurrent De Volkskrant; een handleiding of cursus kregen we er niet bij – kan ik me nog goed herinneren. Ik ben uit vaste dienst gegaan omdat ik me wilde verbreden. Ik heb enkele boeken over cybercultuur geschreven. Daarnaast werkte ik als freelancejournalist voor onder meer NRC Handelsblad en later ook nrc.next, Elsevier en InformatieProfessional.

Een greep uit mijn artikelen voor NRC Handelsblad over digitale zaken:

De Groene als eerste opinieblad op Internet (22 februari 1997)

Zuinigheid oorzaak ‘probleem 2000’ (25 maart 1998)

Een webslaaf met vijf poten (7 april 2000)

Op Flickr besta je alleen uit foto’s (3 december 2007)

Jongens die gamen worden goede teamspelers (3 juni 2008)

Maak van internet een schoolvak (28 oktober 2011)

Aan de Hogeschool Utrecht en bij verschillende erfgoedorganisaties heb ik les gegeven over internetjournalistiek, sociale media en auteursrecht (Creative Commons).

School

Mijn leerlingen probeer ik op verschillende vlakken mediawijsheid bij te brengen. In mijn mentorlessen besteed ik bijvoorbeeld aandacht aan etiquette, omgangsregels in de digitale wereld. De laatste jaren doe ik dat met behulp van de webserie Netiquette, die over liefde, vriendschap en haat op sociale media gaat. De serie is beschikbaar via Docschool Online van IDFA. Ik gebruik regelmatig korte documentaires over bijvoorbeeld echtscheiding, ‘anders zijn’ en pesten van deze website voor het mentoruur. Heel praktisch aan Docschool Online zijn de filters, waarmee de gebruiker onder meer doelgroep, thema en lengte van documentaires kan selecteren.

DocSchool Online IDFA

 

Onlangs heb ik de korte film Julia, gemaakt door leerlingen van Het Lyceum Rotterdam, gebruikt in mijn mentorklas om over sexting te praten.

Bronnen

Bij het vak Nederlands besteed ik aandacht aan het gebruik van goede bronnen zoals VanDale.nl en woordenlijst.org. Veel leerlingen beginnen in het wilde weg te zoeken op Google als ze informatie nodig hebben. Ze kopiëren over het algemeen informatie uit de eerste drie zoekresultaten, zonder de teksten goed te lezen, zonder naar de bronnen te kijken en zonder aandacht te besteden aan de gangbare regels voor citeren en plagiaat.

Naast instructie over goede bronnen geef ik ook uitleg over plagiaat, de kunst van het citeren en het parafraseren, het correct verwijzen naar bronnen en auteursrecht. Als de leerlingen aan een schrijfopdracht beginnen, laat ik op het digibord zien hoe de spellingcheckers  van Word en Google Docs werken. Ik vertel ook welke fouten een spellingchecker niet detecteert en raad de leerlingen aan om bij twijfel altijd een (online) woordenboek te raadplegen. Als ik leerlingen in 5 havo en 6 vwo begeleid bij hun profielwerkstuk is het eerste wat ik doe het pagina voor pagina doornemen van de handleiding  ‘Zoeken op internet’ van onze mediathecaris. Pas als we dat achter de rug hebben, wil ik iets horen over onderwerp en onderzoeksvraag. Alle profielwerkstukken worden ingeleverd via de plagiaatchecker Ephorus. Voor andere schrijfopdrachten gebruik ik de plagiaatchecker van Cloudwise die op school is geïntegreerd in Google Docs.

Inspiratie

Mijn favoriete website is Neerlandistiek.nl. Ik geniet dagelijks van interessante artikelen over taal, boeken, gedichten van oude en nieuwe dichters, debatten over Curriculum.nu enzovoort. Uit de nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas haal ik regelmatig lesideeën. Ik ben ook geabonneerd op de nieuwsbrief TLPST van Onze Taal. Ook deze nieuwsbrief biedt regelmatig goed lesmateriaal. De lesbrieven van Taalvoutjes gebruik ik graag. Ze zijn bijzonder geliefd bij de leerlingen. Met een scheutje humor worden onderwerpen als interpunctie en werkwoordspelling een stuk verteerbaarder voor pubers. Verder ben ik lid van de Facebookgroepen Leraar Nederlands en Frisse Lesideeën Nederlands (behorende bij het Vlaamse tijdschrift Fons). Als ik tijd over heb, mag ik graag grasduinen in de archieven van Levende Talen Magazine, Levende Talen Tijdschrift en van het in 2004 opgeheven tijdschrift Moer.

Wetenschappelijke artikelen over bijvoorbeeld schrijf- en leesvaardigheid zoek ik onder meer via Google Scholar, ResearchGate, de catalogus van de bibliotheek van NHL Stenden en de Koninklijke Bibliotheek. Sinds oktober heb ik ook een account bij EBSCO Education Source, een database met meer dan één miljoen wetenschappelijke artikelen over onderwijsonderzoek. Deze database, waartoe leraren gedurende een jaar gratis toegang toe hebben, is een pilot van de Koninklijke Bibliotheek met het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.

Om belangrijke vondsten op te slaan en mijn aantekeningen te ordenen gebruik ik Evernote. Met de browser extension Web Clipper kan ik met één klik (delen van) artikelen en websites in Evernote bewaren en van commentaar voorzien.

Auteursrecht

Ik ben op de hoogte van wat en wel niet mag in de klas en op school volgens het auteursrecht. Deze informatie is te vinden in de publicatie Auteursrecht op internet, wat mogen scholen wel en niet? van Kennisnet,  de VO-raad en de PO raad. Ik zal nooit zomaar een tekst kopiëren om in de klas te gebruiken. Gelukkig zijn er via het web veel rechtenvrije teksten en luisterboeken beschikbaar op websites als de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dnbl) en Bulkboek. Het gebruik van NPO Start (voorheen Uitzending Gemist) en YouTube is voor educatieve doeleinden zonder toestemming toegestaan. Ook het gebruik van artikelen van nieuwssites in de klas is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Ik laat leerlingen wel eens een artikel uit NRC Handelsblad, de Volkskrant of Trouw lezen op hun Chromebook, waarna ze door mij gemaakte vragen moeten beantwoorden of zelf vragen bij de tekst moeten maken. Als ik afbeeldingen zoek om te gebruiken voor onderwijsmateriaal selecteer ik bij Google Afbeeldingen op licenties en kies ik voor ‘gelabeld voor hergebruik’. Als ik bij de fotosite Flickr naar beeldmateriaal zoek ik op de juiste Creative Commons-licentie.

Focus

Bij werken met devices en online bronnen ligt afleiding op de loer. Wat is er nou leuker dan tijdens je schoolwerk ook even je WhatsApp te checken, even te kijken of ze dat leuke T-shirt nog hebben bij Zalando, even naar dat leuke liedje op Spotify te luisteren? Om te voorkomen dat leerlingen hun taak verzaken, maak ik gebruik van Cloudwise Cool, een surveillance tool die goed werkt op de Chromebooks, die alle leerlingen van het Drachtster Lyceum waar ik werk gebruiken.

Ik kan zien wat leerlingen aan het doen zijn en als ik ongewenste online activiteiten waarneem, klik ik die weg. (Voordat de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking trad projecteerde ik het scherm van Cloudwise wel eens op het digibord, zodat het duidelijk werd wat iedereen aan het doen was.)

Als een leerling het erg bont maakt met digitale nevenactiviteiten, kan ik hem ‘vastzetten’ op een educatieve site of de internettoegang enige tijd blokkeren. Dan is het enige alternatief het papieren boek, het schrift en de pen. De meeste leerlingen laten het niet zo ver komen, maar soms gaat er wel iets gruwelijk mis tijdens het digitaal werken. Onlangs heeft een leerling bijna de hele site WikiWoordenboek gewist, in zijn woorden “gewoon omdat het kon”. “Die mensen hebben toch wel een back-up”, luidde zijn aanvankelijke verweer.

Aan het gedrag van de leerling kon ik zien dat hij geen woorden aan het opzoeken was. Cloudwise bevestigde dit en bij WikiWoordenboek zag ik later wat deze leerling allemaal had aangericht (zie de screenshots hieronder). De jongen heeft een flinke preek gekregen en moest als strafopdracht een excuusmail aan de vrijwilligers van WikiWoordenboek schrijven.

Cybervandalisme in de klas

Grenzen

Tijdens de mentorles leer ik leerlingen om grenzen aan te geven als ze bijvoorbeeld worden uitgescholden in de klassenapp of seksueel worden lastig gevallen (‘leg je telefoon weg’, ‘praat met je ouders en met je mentor’). Zelf hanteer ik online ook grenzen. Ik ben actief op Twitter (@mjk), Facebook, Instagram en Linkedin, maar ik heb op deze platforms geen contact met leerlingen en hun ouders. Ik accepteer geen vriendschapsverzoeken en ik ga niet online met leerlingen of ouders in discussie. Pas als ze hun eindexamen hebben gehaald, wil ik leerlingen toevoegen aan mijn digitale netwerk. E-mails van leerlingen beantwoord ik vanzelfsprekend wel. Ik probeer wel een zekere digitale hygiëne in acht te nemen. Na 18 uur, op mijn vrije dag en in het weekeinde mail ik in principe (en uit principe) niet met collega’s, leerlingen en ouders.